google certified
gezondleven.nl
-web.net
Zoeken

home


Vorige pagina

Je bent op:

voeding


Wanneer kiezen voor biologisch?

Kies je ook om ecologische redenen voor biologisch voedsel?

Een aantal groenten en fruit wordt intensiever behandeld met pesticiden dan andere. Volgens de Amerikaanse voedingsdeskundige Mary Eve Brown zijn perziken, appels, paprika's, selder, nectarines, aardbeien, kersen, peren, druiven, spinazie, sla en aardappelen de 'dirty dozen': voedsel die veel residu's van pesticiden bevatten.
- In hoeverre dit voor de Belgische en Nederlandse markt ook geldt, is nog maar de vraag. Wel is er een vuistregel die je een idee kan geven: groenten en fruit met een dikke schil zijn beter in staat pesticiden af te weren. Niet-biologisch vlees, eieren en zuivel mijd je best omwille van de aanwezigheid van hormonen en antibiotica.

Prijsverschillen tussen biologisch en niet-biologisch

- Het prijsverschil tussen biologische en niet-biologische levensmiddelen neemt steeds verder af. Dat zegt de Consumentenbond na een prijspeiling. Vijf jaar geleden betaalden consumenten voor biologische voedingsmiddelen nog twee keer zoveel als voor niet-biologische.
- De Consumentenbond bekeek prijzen van 115 biologische levensmiddelen bij 13 supermarkten en 4 biowinkels. In de supermarkt zijn biologische producten gemiddeld 63 procent duurder dan de niet-biologische variant. Als de (hogere) prijzen in biowinkels mee worden gerekend, zijn biologische producten 75 procent duurder.

Forse verschillen
De prijsverschillen tussen de ketens blijken fors. Dirk is het goedkoopst voor biologische producten, gevolgd door Vomar. De biowinkels Natuurwinkel en Odin zijn het duurst. Soms is het prijsverschil te verklaren doordat het om verschillende merken gaat. Maar ook producten van hetzelfde merk kunnen enorm in prijs verschillen. Een pak Bio+ espressobonen bijvoorbeeld kostte bij Deka bijna €3 meer dan bij Dirk.

Biologisch alleen niet meer voldoende
De prijspeiling biologische producten staat in de Consumentengids van april, die 26 maart verschijnt. In het aprilnummer van Voeding Nu, dat 29 maart verschijnt, staat een uitgebreid artikel over de perceptie van consumenten over biologische producten. Hierin komt naar voren dat steeds meer mensen een verantwoording willen voor de hogere prijs van biologische levensmiddelen. Het predicaat biologisch alleen is niet meer voldoende.
Biologisch goedkoper dan A-merken
Het onderzoek van de Consumentenbond laat ook zien dat biologische huismerkproducten vaak goedkoper zijn dan reguliere A-merkproducten. Biologisch sinaasappelsap van het huismerk kost bij Albert Heijn bijvoorbeeld €0,40 minder dan een pak Appelsientje.
Bron: VoedingNU 2019

Wie biologisch eet loopt minder risico op kanker
Dat blijkt uit een groot Frans onderzoek dat nu al als opzienbarend te boek staat. Een eerder onderzoek liet helemaal geen verschil zien tussen biologisch en niet-biologisch consumeren.
- Het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift JAMA Internal Medicine Mensen bericht dat mensen die voornamelijk biologische groente, granen eten, een kwart minder kans op kanker hebben.
- Het nieuws is ontleend aan een onderzoek onder bijna 69.000 mensen in Frankrijk. De resultaten zijn maandag gepubliceerd.
- Zoekend naar een verklaring opperen de Franse onderzoekers dat de kans op kanker vermindert doordat er in biologische voeding minder pesticiden zitten dan in niet-biologisch voedsel.

Biologisch eten beloftevolle strategie tegen kanker
- Het Franse onderzoek is des te verrassender omdat een eerder onderzoek naar biologisch eten en kanker onder een grote groep consumenten geen verschil vond in de kans op kanker. Weliswaar constateerde de Britse Million Women Study in 2014 21 procent minder van de kanker non-hodgkinlymfoom onder de biologische eters, maar de totale kans op kanker was niet veranderd. De Fransen keken wel in veel meer detail naar het eten van biologisch voedsel.
- Ondanks de harde uitkomst van hun onderzoek blijven de Franse onderzoekers voorzichtig in hun conclusies. Onze resultaten duiden erop dat biologische voeding samenhangt met een dalende kankerkans, schrijven ze. En: verder onderzoek met nauwkeurigere consumptiegegevens is nodig.
- Tegelijkertijd onderstrepen ze de grote waarde van organisch consumeren. Ze vinden dat het promoten van biologisch eten onder de algemene bevolking “een beloftevolle strategie tegen kanker (zou) kunnen zijn”.

Biologisch voedsel duur en niet voor iedereen beschikbaar is
- Drie voeding- en kankerexperts van de Harvard School of Public Health in Boston zijn het helemaal niet met de onderzoekers eens. ‘Harvard’geldt als een voedingsbolwerk waar bijvoorbeeld de Vlaamse arts Kris Verburgh van De Voedselzandloper kind aan huis is. In een commentaar dat gelijktijdig in JAMA Internal Medicine verscheen, schrijven de Hardvard-experts dat er nog niets bewezen is over kanker en biologisch voedsel.
Wel dat er overtuigend bewijs is dat de kans op kanker te verlagen is met voldoende bewegen, niet dik worden, geen worst en rood vlees eten,
toegevoegde suikers mijden en meer volkoren producten, groente en fruit eten.
- Die spullen en maatregelen zijn beschikbaar en goedkoop, terwijl biologisch voedsel duur en niet voor iedereen beschikbaar is, schrijven ze. Het gevaar bestaat dat mensen vanwege de prijs minder groente en fruit gaan eten, maar wel biologisch. Fout, vinden de commentatoren:
„ongerustheid over de gevaren van pesticiden moet de consumptie van fruit en groente niet ontmoedigen”. Zo is dit Franse onderzoek meteen al omstreden, al zijn de bezwaren van de Harvardexperts niet allemaal even gegrond.

Verschil tussen biologisch en niet-biologisch duidelijk
- Een ander probleem is dat het onderzoek een korte follow-up heeft, terwijl kanker krijgen meestal lang duurt. Het Franse onderzoek (betaald met overheidsgeld) is een groot epidemiologisch eet- en leefgewoontenonderzoek, waarin niet alleen naar biologische voeding wordt gekeken. Het onderzoek begon in 2009 en in de jaren daarna groeide het aantal deelnemers. Die waren gemiddeld 44 jaar.
- Op die leeftijd krijgen nog niet erg veel mensen kanker. Na gemiddeld 4,5 jaar was er kanker bij 1.340 mensen vastgesteld. Dat is 1,94 procent van alle deelnemers. Ter vergelijking: ongeveer 33 procent van alle mensen krijgt ooit in het leven kanker. De onderzoekers corrigeerden zo goed mogelijk voor andere factoren die met de kankerkans samenhangen.

- De Franse onderzoekers keken naar het verschil in kanker bij het kwart deelnemers dat het meest en het kwart dat het minst biologisch at. Dat verschil was toch duidelijk en vermeldenswaardig: 2,18 tegen 1,59 procent – een afname van ongeveer een kwart.
- Om dat te bereiken hoef je niet eens heel trouw biologisch te eten. Wie dat deed, haalde maximaal 32 punten op een scorelijst voor biologisch voedsel. De kwart mensen die het meest biologisch aten, hadden een gemiddelde score van 19. Het kwart mensen dat het minst biologisch at scoorde
Bron: Moerman Vereniging

Lagere milieu-impact
- De campagnevoerders stellen dat biologische voeding minder impact op het milieu heeft dan niet biologische voeding. Dit wordt ondersteund door Volkert Engelsman, algemeen directeur van biologisch handelsbedrijf EOSTA.
- Hij werkte mee aan de True Cost of Food in Food, Farming and Finance-studie. De studie ontwikkelde een methode om de echte prijs van voeding te berekenen de impact van het productieproces op de omgeving. Hieruit bleek dat biologische voeding minder impact heeft op klimaat, bodem, water, biodiversiteit en gezondheid.

Verlaging BTW
- In 2019 zal de BTW op voedingsmiddelen verhoogd worden van 6 naar 9 procent. Dit geldt dus ook voor Biologische producten en daar de Biowinkelvereniging samen met meer dan 150 biologische speciaalzaken niet mee eens. De initiatiefnemers van de campagne willen juist een BTW verlaging op biologische voeding.
- Roosmarijn Saat, voorzitter Biowinkelvereniging: ‘Wij zijn er trots op dat zoveel betrokken consumenten hun steun hebben betuigd aan ons initiatief. Wij vinden het krom dat het belastingtarief op biologische voeding gelijk is aan het belastingtarief op niet-biologische voeding.
Sterker nog; de geplande Btw-verhoging van 6% naar 9% gaat er zelfs voor zorgen dat het absolute prijsverschil met niet-biologische producten nog groter wordt.’
Noodzakelijke transitie
- De voorzitter hoop dat Den Haag inziet dat het krom is en volgens haar niet past bij de noodzakelijke transitie naar verduurzaming van ons voedselsysteem. ‘Zolang we niet de echte kosten van ons eten betalen, blijft de prijsafstand tussen biologische en niet-biologische voeding oneigenlijk groot.’

Bevat onze voeding minder voedingsstoffen dan vroeger?

Weinig verschillen in voedingswaarden.
Vroeger zouden de landbouwgronden veel rijker zijn geweest aan voedingsstoffen dan nu. Na de oogst lieten de boeren de landbouwgronden een poosje braak liggen of plaatsten ze er een totaal ander gewas op (dat andere voedingsstoffen nodig had). In de afgelopen jaren begint de landbouw, met haar moderne teeltmethoden, meer op massaproductie te lijken. De vraag naar voeding is hoger en de productie moet sneller. Hierdoor wordt gesuggereerd dat onze graanproducten en groente- en fruitsoorten minder voedingsstoffen bevatten dan vroeger.

Voedingsstoffenbestanden
In Nederland beheert het RIVM het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO). Dit bestand bevat van circa 2.500 voedingsmiddelen informatie over de bijbehorende voedingswaarden. Het RIVM vernieuwd iedere twee à drie jaar het NEVO. Ook andere landen beschikken over voedingsstoffenbestanden.
In theorie zouden deze bestanden het mogelijk moeten maken om verschillen in voedingswaarden van vroegere en huidige landbouwgewassen te kunnen vaststellen.

Beperkt aantal onderzoeken
-Toch is er slechts een beperkt aantal onderzoeken beschikbaar dat de vroegere en huidige voedingsstoffenbestanden met elkaar heeft vergeleken. Voornamelijk Amerikaanse en Engelse onderzoeken laten dalingen in de concentraties van voedingsstoffen zien.
-Een Engelse onderzoeker heeft bijvoorbeeld in 1997 voor twintig verschillende soorten groenten en fruit de “Composition of Foods Tables” uit 1930 vergeleken met die uit 1980. Ze observeerde beduidende dalingen in de concentraties van calcium, magnesium, koper en natrium in groenten en magnesium, ijzer, koper en kalium in fruit. De grootste daling die ze observeerde was koper in groenten, namelijk twintig procent van het oorspronkelijke kopergehalte in groenten. Alleen het fosforgehalte bleef gedurende deze vijftig jaar onveranderd. Het was opvallend dat het watergehalte in fruit steeg.
-Daarnaast is er een aantal experimentele onderzoeken beschikbaar dat de concentratie van voedingsstoffen in oude tarwesoorten heeft vergeleken met die in moderne tarwesoorten. De oude tarwesoorten leverden een kleinere hoeveelheid tarwe, maar deze soorten bevatten wel meer ijzer, zink, andere mineralen en eiwitten dan de moderne tarwe. Er werd daarentegen geen verschil gevonden in de concentraties van vitamines tussen beide tarwesoorten. Voor groente en fruit zijn er helaas nauwelijks experimentele onderzoeken beschikbaar.

Mogelijke verklaringen
De meest genoemde verklaringen voor de dalingen in de concentraties van voedingsstoffen, zijn:

Klimaatveranderingen
De toegenomen hoeveelheid koolstofdioxide (CO2) in de lucht heeft invloed op de groei en ontwikkeling van groente en fruit. Onder andere op het gebied van fotosynthese, biomassaproductie, de voedingsstoffensamenstelling, de stevigheid en de zaadopbrengst. Aan de andere kant concludeerden Finse onderzoekers dat strengere milieueisen, en een afname in het gebruik van ongelode brandstoffen, ertoe hebben geleid dat hun landbouwgewassen minder lood bevatten dan vroeger. Dit is gunstig, want lood is een zwaar metaal dat in hoge hoeveelheden schadelijk kan zijn voor de gezondheid.

Het gebruik van nieuwe plantenrassen
Het gebruik van nieuwe plantenrassen (als het gevolg van veredeling) kan ertoe leiden dat de samenstelling van voedingsstoffen is veranderd en/of de één op één vergelijking met vroegere en huidige landbouwgewassen niet meer mogelijk is. Het vitaminegehalte van één variëteit kan bijvoorbeeld driehonderd tot vierhonderd procent hoger of lager liggen dan die van een andere variëteit (van eenzelfde groentesoort).

Een veranderde bodemkwaliteit
Het Alterra Instituut van de Wageningen Universiteit onderzocht in 2006 de invloed van een veranderde bodemkwaliteit.

Zij concludeerden:
“Samenvattend kan gesteld worden dat de stelling dat de gehalten aan nutriënten dalen niet algemeen geldig is”. Er wordt bijvoorbeeld niet aangenomen dat de concentraties van ijzer en koper zijn veranderd als het gevolg van een veranderde bodemkwaliteit, omdat bemesting slechts een klein effect heeft op de concentraties ervan in bodem. Zweedse onderzoekers observeerden dalingen in zink en ijzer in hun landbouwgewassen. Ook zij suggereerden dat dit niet zou komen door een veranderde bodemkwaliteit, maar doordat de productiesnelheid hoger ligt dan vroeger. Daarentegen is in Finland een stijging in het seleniumgehalte in een aantal voedingsmiddelen gevonden, doordat vanaf 1985 seleniumverrijkte meststoffen werden gebruikt.
Zolang de bodem (eventueel onder invloed van meststoffen) voldoende mineralen bevat, zullen de landbouwgewassen ook voldoende mineralen bevatten.

Import
Dankzij een snelle import kunnen we tegenwoordig het hele jaar door groente en fruit eten. Groente en fruit komt uit veel verschillende landen, gekweekt op veel verschillende bodems. Ook dit maakt de één op één vergelijking met vroegere en huidige landbouwgewassen lastig.

Hobbels op de weg
Er bevinden zich een aantal praktische hobbels op de weg. Allereerst waren de analysemethoden om de voedingswaarden van producten te meten vroeger vermoedelijk onnauwkeuriger (en daardoor minder betrouwbaar) dan nu. Daarnaast werden de voedingswaarden toen niet gemeten met het idee om een trend in de tijd mee vast te leggen. Dat wil zeggen dat er hoogstwaarschijnlijk gegevens missen om dat met terugwerkende kracht alsnog(betrouwbaar) te kunnen doen. Ook was het voedingsmiddelenaanbod van vroeger anders dan nu. Daardoor is het niet of nauwelijks mogelijk om specifieke landbouwgewassen aan te wijzen of de mate van verlaging aan te geven.

Conclusie
Mogelijk bevat onze voeding minder voedingsstoffen dan vroeger. De beschikbare onderzoeksresultaten wijzen met name op een daling in het mineralengehalte van voedingsmiddelen. Deze observaties kunnen echter ook andere oorzakelijk hebben (bijvoorbeeld het gebruik van andere analysemethoden). Kortom, er zijn nog te veel praktische bezwaren en vraagtekens om met zekerheid te kunnen zeggen dat onze voeding qua voedingswaarde achteruit is gegaan. Wat iedere Nederlander zich zou moeten realiseren, is dat de kans op een tekort aan voedingsstoffen groter is doordat men onvolwaardig eet dan dat de concentratie aan voedingsstoffen in ons eten in de loop der jaren lager is geworden. Verreweg de meeste Nederlanders eten bijvoorbeeld niet voldoende groente en fruit. Het belangrijkste advies is om voldoende, gezond en gevarieerd te blijven eten.

Bron:
- ABC Gezondheid 2020
- RIVM 2017 - Gezondheidsnet 2018
- VoedingNU 2018































































Wist je dat...

Vriend of voedsel?

LAAT DIEREN LEVEN EN BEZORG ZE GEEN HINDER!

"Als we gezond en gelukkig kunnen leven zonder anderen te schaden, waarom zouden we dat dan niet doen?” ....
Lees verder op wistje dat.